Kleurpietentijd

Het is maar een klein berichtje in de Volkskrant, over Sint pakpapier. Maar het illustreert weer zo duidelijk de tijdgeest. “Volgens Jan Carel Zadoks, auteur van het boek Sinterklaas verpakt vond men in de jaren zeventig Zwarte Piet ook racistisch. Behalve wit werden de pieten ook groen en blauw. Begin jaren tachtig werden de pieten weer zwart.”

Yep. In de lente willen we veranderen en in een wintertijdgeest willen we alles weer terugdraaien. Ik heb het er veel over, tijdens lezingen. Dat de hele discussie steeds blijft terugkomen totdat we hem oplossen. Iedere lentetijdgeest wordt de Zwarte Piet discussie opnieuw aangezwengeld. Lente is de tijdgeest waarin overal discussie losbrandt en bestaande systemen aangevallen worden. Eind jaren zestig was het zover. Begin jaren negentig opnieuw – ook toen was er sprake van protest. En nu weer. Zwarte Piet gaat verkleuren, dat is ondertussen zeker. Het protest is nu vasthoudender en sterker dan ooit tevoren. En terecht. Als een grote groep mensen gekwetst wordt door een kinderfeest en we kunnen het zonder veel moeite aanpassen, dan moeten we dat doen. Dat hebben we in het verleden al eerder gedaan. Sinterklaas overleefd het allemaal wel. Wel een puntje voor de anti-zwarte Piet betogers: de strijd lijkt nu gewonnen. Maar let op als we over een jaar of acht weer in een herfst en winter tijdgeest terecht komen. Zoals na de open jaren zeventig  de gesloten jaren tachtig volgden. In de jaren twintig van deze eeuw is er dus de kans dat we ineens de veelkleurigheid van KleurenPiet moeten beschermen. Die tijdgeest, hij draait door. En door.

De zomer van het burgerexperiment..

schermafbeelding-2016-11-06-om-20-19-18 Gisteren vond in Friesland de eerste Dorpentop plaats. Verleden week riep een grote groep burgemeesters en wethouders dat het democratische bestel op de schop moet. Het is ‘Code Oranje’ waarschuwen ze, alleen door te experimenteren met nieuwe democratische vormen kan de kloof tussen burger en bestuur verkleind worden. En een paar dagen geleden meldde Amsterdam dat het een nieuw bestuurlijk stelsel wil, met meer betrokkenheid van bewoners. De burger is duidelijk aan zet..

Had ik al eens geroepen dat de vernieuwingen zo langzamerhand over elkaar buitelen? Overal zien mensen in dat bestaande systemen vast lopen en dat het tijd wordt om de deur naar vernieuwing open te zetten. We zijn ‘bewust onbekwaam’: het moet anders, we weten alleen nog niet precies hoe. Daarom is experimenteren de nieuwe maatschappelijke hobby. Alleen proefondervindelijk komen we vooruit. We gaan ons anders organiseren. Niet van boven af, maar van onderop. De lijn is duidelijk: het individu is de bouwsteen van de samenleving. Individuen verbinden zich op nieuwe manieren. Je hoeft geen lid meer van een partij te zijn om invloed uit te oefenen op de politiek in je eigen dorp of stad. Het maakt besturen niet direct makkelijker, wel boeiender. En het kan, mits goed aangepakt, zorgen voor nieuw lokaal vertrouwen, zoals de burgemeesters van Code Oranje beweren. Democratie die beter smaakt, omdat de ingrediënten beter afgewogen worden. Boeiende tijden.

Het is bijna tijd voor een Seizoenen Update. Nog even en we zitten in de overgang van Lente naar Zomer. Zomer is de tijdgeest waarin de ‘revolutionaire denkbeelden’ van de pioniers sterk door beginnen te werken in de maatschappij. We gaan implementeren. Ik ben nieuwsgierig naar de uitkomsten van de democratische experimenten. De overgang is heftig – kijk naar Brexit, naar de Amerikaanse politiek, onze eigen polarisatie. Het is zeker niet altijd leuk, maar het hoort er wel bij. Uit de clash komt het nieuwe voort. Ik volg het met aandacht..

schermafbeelding-2016-11-06-om-19-58-40

Kunst en de Tijdgeest

Regelmatig geef ik in een workshop de deelnemers de opdracht om de top-10 te analyseren en op basis daarvan de trends te bepalen. Het komt vaak als een verrassing: wat populair is zegt inherent iets over de tijdgeest. Iets is immers niet voor niets populair. Muziek en film zijn eenvoudiger te ‘kraken’ dan moderne kunst. Daarbij is vaak sprake van meerdere lagen tegelijkertijd, elk met hun eigen betekenis. Toch komen er zo af en toe berichten voorbij waar ik als toekomstpsycholoog warm van word. Neem nu het onderstaande artikel in het kunstkatern van De Volkskrant. Het gaat over Puzzelkunst. Installaties van losse, maar zorgvuldig gedrapeerde objecten, waarvan de beschouwer de betekenis zelf bij elkaar moet puzzelen. En leg daar de jongste TrendRede naast: we zijn op zoek naar grip op een wereld die losgeslagen lijkt. De TrendRede beschrijft hoe ieder mens op zich een individuele bouwsteen is geworden, die tastend en zoekend zijn betekenis binnen het bouwwerk van de samenleving probeert te ontdekken en daarbij zijn eigen dwarsverbindingen legt. Omdat terugvallen op oude, bestaande (want vergane, onbetrouwbare) bindingen niet lukt of niet gewenst lijkt. The Me in We, noem ik het.

De voorhoede van de kunstwereld kan niet anders dan vooruit denken met de middelen, de gedachten van het heden. En reflecteert daarmee op wat er beweegt binnen de samenleving. Des te meer reden om eens een museum binnen te lopen. Je begrijpt de wereld beter. Je kunt natuurlijk ook een toekomstpresentatie boeken. Dat is een andere manier om verbinding te maken met morgen..

Diversity Now!

Diversiteit staat weer op de agenda. In de TrendRede besteedden we er aandacht aan en in de Seizoenen van de Tijdgeest legde ik uit waarom het een typerend Lentesignaal is. Het Nieuwe Normaal wordt op dit moment geformuleerd en juist de groepen die iets te winnen hebben roeren zich. Zo schreef ik al eerder dat transgenders een mediafenomeen zijn geworden het afgelopen jaar. Je komt ze meer op televisie en tijdschriften tegen dan op straat. Zo breken ze de moraliteit open en vechten zich naar binnen als acceptabele levensvorm.

beyonce_formation2-1

Veel zichtbaarder nog is de zwarte strijd. Dat we ons al jaren boos maken om Zwarte Piet is peanuts, de strijd is breder en wordt in de gehele westerse wereld gestreden. Zo begon het Amerikaanse fenomeen Superbowl dit jaar al met het volkslied, gezongen door de heldin aller outcasts, Lady Gaga. Vergis je niet in de implicaties daarvan. Maar de media-aandacht lag vooral bij de opmerkelijke act van Beyoncé, die de brave blanke jongens van Coldplay zo’n beetje van de middenstip blies. Ze zong een fragment uit Formation, een nieuw nummer met een straffe trotse én politieke boodschap. “I like my negro nose with Jackson Five nostrils,” zingt ze. En: “I  just might be a black Bill Gates in the making..”

“I slay,” houdt ze het American football minnende publiek voor. Dat een dergelijk optreden bij een klassieker erg nieuwswaardig maar niet eens onbestaanbaar dan wel wereldschokkend wordt gevonden, zegt al iets over de gewenning aan het krachtige geluid van de diversiteitpleiters. De stemmen verheffen zich deze lenteperiode, velen zullen er nog volgen. m1fz7rlatb62

Wie zet het spoor in Nederland uit? Sylvana Simons doet haar best, Humberto Tan frummelt soms aan de grenzen die RTL stelt aan een talkshow. Zelf vond ik de clip die Fresku verleden jaar maakte sterk en duidelijk in zijn boodschap. Er is iets aan het bewegen. Let er maar op, de komende tijd. Er zijn openingen geforceerd en die worden langzaam maar zeker opgevuld met nieuwe gezichten. Die we al snel weer heel normaal vinden.

Blue, blue.

Nooit meer verrast worden door een oude liefde. Dat was even slikken, vanochtend. Door de jaren heen viel ik van de ene verbazing in de andere. Diamond Dogs, Scary Monsters, Earthling, het zijn albums, naast veelgeprezen albums als Heroes of Ziggy Stardust, die ik ademloos afluisterde. Station to Station draaide ik grijs op mijn studentenkamertje, een traantje wegpinkend bij Stay.

Ooit wil ik een boek schrijven over de muziek en de stijltransities van David Bowie, als perfecte illustratie van de seizoenen van de tijdgeest. Ik kan er niet goed tegen wanneer alles hetzelfde blijft. Daarom was ik fan van Bowie. Vanaf het moment dat ik hem in zijn hansopje Rebel Rebel zag playbacken in TopPop, in 1974. David Bowie was nooit een werkelijke lieveling van de muziekpers, al lijkt dat nu even zo. Het woord kameleon werd nogal eens als verdachtmaking ingezet. Zou zijn muziek wel blijven? De meeste recensenten zijn jongetjes die van jongetjesmuziek houden. Iets met authenticiteit, gitaren, jeans, of de combinatie ervan in Bruce Springsteen. Niets op tegen, maar beperkt. Je essentie steeds opnieuw vorm geven, in de voortsnellende tijd, dat is pas authenticiteit. Mooi dat hij altijd bleef. En hij bleef mooi.

Ik hoorde vrijdag Blackstar. De muziek sloeg me in mijn gezicht. Ik heb geen enkel verstand van akkoorden, ruimtelijke effecten en instrumentbeheersing, maar de muziek raakte me onmiddellijk, als vanouds, door zijn stem en zijn muzikale visie. Dat we langzamerhand de tussenruimte zoeken, het andere in de ander opzoeken, heeft hij zelfs op het laatst als geen ander aangevoeld. Blackstar is een echt lente-album. Een experiment in muziek. Diep emotioneel, soms bijna gebroken, maar zoals altijd bij Bowie blijft zijn stem in maat met de muziek. Ik proefde er urgentie in. Droefheid, afscheid ook. Ik dacht dat het ging over een man van achter in de zestig, bang voor de dood. Daar ging het ook over, maar directer dan ik dacht. I’m dying, zingt hij in Dollar Days. Het vloeit naadloos over in zijn allerlaatste nummer, met een citaat uit een eerder meesterwerk (het album Low), de reikhalzende mondharmonica van A New Career in a New Town. Even cynisch als veelzeggend om mee af te sluiten. Ain’t it just like him?